Duurzame stoffen - een overzicht

Duurzame stoffen zijn een stuk minder belastend voor mens en milieu dan gewoon textiel. De productie van textielvezels en van kledingstukken heeft namelijk forse impact op het milieu, mede door de omvang van de industrie. Dat heeft geleid tot een zoektocht naar alternatieven. Lynsey Dubbeld zet de vervuilende en juist duurzame stoffen op een rijtje.


  • Door

    Lynsey Dubbeld

    1 april 2014

Milieu-effecten bij de productie van kleding hebben te maken met het gebruik van chemicaliën, water, energie, landbouwgrond. Denk aan watervervuiling, bodemerosie, CO2-uitstoot en druk op de voedselzekerheid. De impact is groot door de omvang van de industrie. Jaarlijks wordt wereldwijd ruim zestig miljard kilo textiel geproduceerd. Voor het verven van een kilo textiel is gemiddeld 150 liter water nodig. De wereldwijde textielindustrie gebruikt inmiddels jaarlijks 3,2% van al het water dat beschikbaar is voor mens. En bijna de helft van de afvalwaterproblemen in de wereld heeft te maken met de productie van textiel. Hoog tijd voor meer duurzame stoffen dus!

Slechte voorbeelden van duurzame stoffen: katoen en polyester

Ongeveer 40 procent van alle kleding die wereldwijd wordt geproduceerd, is van katoen. Een kwart van alle pesticiden in de wereldwijde landbouw wordt gebruikt in de katoenindustrie. Het maken van één paar jeans levert ongeveer tien kilo CO2-uitstoot op. En zo’n 2,5% van alle landbouwgrond in de wereld is in gebruik voor katoenteelt. Dat gaat ten koste van de beschikbaarheid van grond die kan worden gebruikt voor voedselproductie.
In meer dan de helft van de kleding wordt het synthetische materiaal polyester gebruikt. Als het gaat om chemicaliën en water scoort het iets beter dan katoen. De productie van synthetische stoffen zoals polyester, acryl en nylon vraagt echter wel veel energie, vooral van fossiele brandstoffen. Polyester is een product van ruwe olie - geen duurzame grondstof. Katoen en polyester zijn dus niet bepaald duurzame stoffen.

Simpele vuistregel is daarom: polyester en conventioneel katoen zijn no-go's op het gebied van duurzame stoffen, tenzij ze gerecycled zijn.

Zoektocht naar duurzame stoffen

De negatieve milieu-impact van katoen en polyester hebben geleid tot een zoektocht naar alternatieven. Duurzame stoffen met biologische productiewijzen en andere productiemethoden die de milieubelasting kunnen verminderen (waaronder genetische modificatie en recycling) hebben veel gunstigere milieuprestaties.

Duurzaamheidsranglijst voor stoffen

Aan elk materiaal kleven voor- en nadelen als het gaat om duurzaamheid. Wat zijn nou echt duurzame stoffen? Made-By, een onafhankelijke non-profitorganisatie die milieu- en sociale omstandigheden in de mode-industrie wil verbeteren, publiceert een veelgeciteerde rangorde van de duurzaamheid van 25 textielsoorten. Daaruit blijkt dat conventionele katoen, niet-biologische wol en polyester tot de meest onduurzame materialen behoren. Veel gerecyclede materialen scoren juist hoog, zoals gerecycled katoen, gerecycled polyester en gerecyclede wol. Volgens Made-By is gerecycled katoen zelfs milieuvriendelijker dan biologisch katoen. Ook biologische hennep, biokatoen en lyocell behoren tot de meest milieuvriendelijke textielsoorten. De Made-By benchmark doet trouwens geen uitspraken over diervriendelijkheid en over innovatieve stoffen zoals brandnetel.

Niet zo duurzame stoffen: Katoen

Wereldwijd is ongeveer 2,5 procent van alle beschikbare landbouwgrond beplant met katoen. In totaal gaat het om 31 miljoen hectare, wat neerkomt op bijna tien keer de oppervlakte van Nederland. Kleding van katoen mag onder consumenten populair zijn, milieuactivisten raken niet uitgepraat over de schadelijke effecten:

  • De milieu-impact van katoen hangt grotendeels samen met het landgebruik dat nodig is voor de teelt. Omdat er zoveel grond nodig is voor het verbouwen van katoen, kan de katoenindustrie bijdragen aan ontbossing. Bovendien bestaat het risico dat katoenteelt leidt tot het verdringen van gewassen die noodzakelijk zijn voor voeding van de lokale bevolking.
  • De bevloeiing van katoenvelden veroorzaakt daarnaast verzilting van de grond, waardoor de akkers ongeschikt raken voor landbouw. Bovendien veroorzaakt de irrigatie uitdroging van het omringende land. Het verdwijnen van het Aralmeer wordt vaak genoemd als afschrikwekkend voorbeeld hiervan. De katoenteelt is inmiddels verantwoordelijk voor het grootste deel van het waterverbruik in de textielindustrie. Dat heeft mede te maken met het droge klimaat in de regio’s met de meeste katoenplantages (het zuiden van de Verenigde Staten, India, Mali en Oezbekistan).
  • Katoenproductie is ook milieubelastend omdat er op de katoenvelden flink gespoten wordt met toxische chemicaliën zoals insecticiden en pesticiden. Als de chemicaliën in het oppervlaktewater terechtkomen, raakt een groot gebied rond de akkers vervuild. Dat treft niet alleen de landbouwsector maar ook het drinkwater van de lokale bevolking.
  • Ook buiten de plantages spelen chemicaliën een hoofdrol. Bij het bewerken van de vezels en het maken van een kledingstuk zijn chloorbleek, chemische verfstoffen en finishings nodig. In lagelonenlanden komen deze milieubelastende stoffen nog al eens terecht in de rivieren in de buurt van de fabrieken – en uiteindelijk ook in het drinkwater van omwonenden.
  • Genetisch gemodificeerd katoen is een poging om het chemicaliëngebruik in de teelt te verminderen. Naar schatting bestaat een vijfde van de wereldwijde katoenmarkt uit GM-katoen. Voorstanders benadrukken dat er minder pesticiden gebruikt hoeven te worden, omdat de gemodificeerde rassen resistent zijn tegen veelvoorkomende insecten en plantenziekten. Volgens critici heeft GM negatieve effecten op biodiversiteit en op het gebruik van onkruidverdelgingsmiddelen.

Toch lijkt katoen soms onder duurzame stoffen te vallen. Biologische landbouw biedt een aantal milieuvoordelen ten opzichte van conventionele en GM-katoen. De teelt van biokatoen gebruikt geen chemische pesticiden en kunstmest. De productgiftigheid van katoen zou daarmee volgens berekeningen met 93% verminderen. Tot nu toe is ongeveer 1% van de totale katoenteelt biologisch. Vooral India en Turkije verbouwen veel biokatoen. Biologische katoenteelt stelt ook eisen aan bijvoorbeeld gewasrotatie, wat helpt om de grond vruchtbaarder te houden, biodiversiteit te beschermen en voedselzekerheid te vergroten. Daar staat tegenover dat de productiviteit van biokatoen 50% lager ligt dan bij reguliere katoen. Dat betekent dat er meer grond nodig is om dezelfde hoeveelheid vezels te kweken. Bovendien is het waterverbruik bij biokatoen net zo hoog als bij niet-biologische teelt. Het is dus lastig om van katoen echt duurzame stoffen te maken. 

Niet zo duurzame stoffen: Polyester

Als een product van ruwe olie, is polyester ook niet de meest voor de hand liggende kandidaat voor het rijtje duurzame stoffen. Toch biedt de synthetische stof een aantal voordelen boven de concurrent katoen. Wat betreft het gebruik van chemicaliën en water in het productieproces scoort polyester beter dan katoen. Ook is een kledingstuk van polyester – ondanks het vaak goedkope uiterlijk – praktisch onslijtbaar en leent het materiaal zich goed voor recycling.

De productie van synthetische stoffen zoals polyester, acryl en nylon gaat wel gepaard met een hoog energieverbruik, vooral van fossiele brandstoffen. Maar in de tijd dat wij het kledingstuk dragen, scoort het materiaal juist goed op energie-efficiëntie. Want synthetische stoffen kunnen vaak op lage temperaturen gewassen worden, drogen snel (zodat de energieverslindende wasdroger overbodig is) en hebben nauwelijks een strijkbeurt nodig. Wel is het zo dat een polyester kledingstuk per wasbeurt meer dan 1900 plastic vezels kan afgeven. Via de wasmachine komen deze in het zeewater terecht. Met alle gevolgen van dien voor de plastic soep. Het eiland van plastic afval in het noorden van de Stille Oceaan is qua oppervlakte inmiddels 34 keer zo groot als Nederland. Het plastic bedreigt de waterkwaliteit en het dierenleven in zeeën en oceanen.

Niet zo duurzame stoffen: Wol

Eén Australisch merinoschaap kan ongeveer vijf kilo goede kwaliteit wol produceren. Niet alle schapen zijn zo productief. Want in de meeste landen is wolproductie een bijproduct van veehouderij voor vlees. De wol is dan ruw en van lagere kwaliteit, en eigenlijk alleen geschikt voor tapijten en ander grof textiel.


Lynsey Dubbeld specialiseerde zich in duurzame mode en duurzame stoffen. Via uiteenlopende publicaties - van een blog tot een boek - informeert ze je nuchter en feitelijk over alle aspecten die met het onderwerp te maken hebben.

Vriend van Nudge: Mode voor morgen

Schreeuw het van de daken!


Gerelateerd project


Reacties 4

folkert poort 27 april 2014

Geweldig dat zoiets geprobeerd wordt. Onze kleren worden door zo veel mogelijk mensen gebruikt; dat is ook een bijdrage

Supernudger 22 mei 2014

[…] dacht je van wol, zijde en angora? Hm, niet zo gek om even te lezen. Nooit geweten trouwens dat ook polyester een no-go […]

Supernudger 15 juli 2014

[…] dacht je van wol, zijde en angora? Hm, niet zo gek om even te lezen. Nooit geweten trouwens dat ook polyester een no-go […]