Statiegeld: stoppen of doorgaan?

PET-flessen hebben een dubbel imago. Als zwerfafval vervuilen ze, terwijl het plastic als grondstof erg geschikt is voor een circulaire stroom. We nemen onder de loep hoe een nieuwe logistiek achter ons statiegeldsysteem een win-win situatie voor het milieu én bedrijven op kan leveren.


  • Door

    Team Nudge

    8 februari 2017

Een zuivere afvalstroom

Polyethyleentereftalaat - oftewel PET - is een van de zeven hoofdsoorten plastic. Het smelt makkelijk, en dat maakt het erg geschikt om het in een bepaalde vorm te drukken. Ook is het goed recyclebaar. Het materiaal is goed om te zetten in een nieuw product van hoge kwaliteit. Daarom is de recycle-industrie er dol op. Om PET herbruikbaar te maken is het wel belangrijk dat de grondstof goed gescheiden ingezameld wordt. Een onzuivere afvalstroom maakt het een stuk lastiger om er een nieuw product van te maken. Milieu-organisaties zien PET-flessen graag apart ingezameld worden, omdat alle soorten plastic samen inzamelen en achteraf scheiden veel meer energie kost. Ook lokale overheden zien consumenten graag hun PET-flessen inleveren omdat het flink wat zwerfafval scheelt. 94% van de gemeenten gaf in een onderzoek zelfs aan het statiegeldsysteem uit te willen breiden naar kleine verpakkingen. 

Dik of dun?

De PET-flessen die nu in de supermarkt te vinden zijn worden van een erg dun laagje gemaakt. Dikke statiegeldflessen zoals vroeger in de schappen stonden kunnen wel tien tot twintig keer gebruikt worden, en zijn daarmee milieutechnisch gezien een betere optie. Toch zijn sinds 2016 niet meer in Nederland te vinden. Het spoelen van de flessen is veel werk, en ze beperken de marketingmogelijkheden van frisdrankmerken. Een dun flesje is immers relatief makkelijk om herkenbaar te vormen. Ook worden dikke flessen na een paar keer gebruiken vaal, en dat ziet er voor consumenten minder aantrekkelijk uit. 

De lobby van grote spelers

Ondanks dat statiegeld zwerfafval vermindert en er maatschappelijk veel draagvlak voor is, wordt het systeem door grote spelers uit de verpakkende industrie tegengewerkt. Er zijn veel politici die het belangrijk vinden dat plastic gerecycled wordt, maar de burger ermee lastig vallen is een tweede. Dit maakt ze gevoelig voor de argumenten van lobbyisten die erop aansturen dat statiegeld een verouderd systeem is en dat we dus moeten inzetten op al het afval scheiden na ontvangst. Hiervoor bestaat nog geen écht goed systeem, maar om tijd te rekken beloven lobbyisten steeds weer dat dit er aan komt. De motivatie voor deze tactiek lijkt voornamelijk financieel. Trouw-redacteur Hans Marijnissen stelde in een uitzending van WNL Haagse Lobby dat een door Wageningen Universiteit uitgevoerd onderzoek bewust werd aangestuurd op de conclusie dat statiegeld een duur systeem is. De universiteit spande een kort geding aan tegen de redacteur, maar de rechter stelde Marijnissen in het gelijk. Trouw bleek inderdaad een gelekt document te bezitten waarin voorafgaand aan het onderzoek al een voorlopige conclusie beschreven werd, en statiegeld werd in het stuk als een bedreiging omschreven. Ook waren alle data voor het onderzoek aangeleverd door partijen uit het bedrijfsleven. 

Tellen en persen in de winkel

Er is een alternatief dat veel perspectief lijkt te bieden op verschillende fronten. De manier waarop statiegeld nu gebruikt wordt is niet de meest efficiënte. Flessen worden nu eerst naar een telcentrum gereden voordat de supermarkt er geld voor terug krijgt. En dat terwijl de technologie zo ver is dat het tellen makkelijk in de supermarkt kan gebeuren. Door de flessen (die toch omgesmolten worden) al in de supermarkt te tellen en te persen wordt logistiek een flinke winst geboekt. Het telcentrum kan zo uit de keten verdwijnen, en er is geen reden meer om bang te zijn dat ingezameld plastic teveel ruimte in beslag neemt. Dit maakt het ook makkelijker om statiegeld uit te breiden naar kleine flesjes. Het persen van afval is overigens niet nieuw voor supermarkten: iedere winkel heeft al een kartonpers staan. 

Winst voor ondernemers

PET-flessen in de winkel persen scheelt niet alleen een hoop kilometers tijdens het transport (en de uitstoot die daarbij komt kijken). Het kost de supermarktondernemer ook veel minder, omdat deze in het huidige systeem voor al het inname- en telwerk betaalt. Een nieuwe machine in de winkel is natuurlijk een flinke investering, maar de deze verdient zichzelf terug. Dat dit systeem werkt is al bewezen: Aldi en Lidl hanteren het al een paar jaar, en maken winst op statiegeld. Ook in andere landen waar statiegeld ingezameld wordt is het een gebruikelijk systeem. Daar komt nog bij dat consumenten 2-5% van de PETflessen die ze kopen niet inleveren, wat een financieel extraatje is voor de ondernemer. 

Statiegeld in de circulaire economie

De verpakkende industrie is niet het enige front dat de politiek benadert. Op 16 februari vindt in de Tweede Kamer het algemeen overleg Circulaire Economie plaats. Statiegeld heeft in deze discussie een belangrijke signaalwaarde, het is namelijk het beste voorbeeld van een systeem dat vrijwel iedereen in Nederland kent en toepast. Bovendien kunnen kleine bestuurlijke ingrepen erg veel impact hebben, het verbod op gratis plastic tasjes blijkt bijvoorbeeld erg effectief. Voorafgaand aan het politieke debat biedt Merijn Tinga -de Plastic Soup Surfer- zijn petitie ‘Uitbreiding van statiegeld op kleine PET-flesjes’ aan. Hij doet dit op valentijnsdag onder de noemer #hartvoordezee. De benodigde 40.000 handtekeningen om zijn voorstel behandeld te krijgen heeft hij inmiddels ruimschoots binnen, maar de actie loopt door omdat nóg meer deelnemers samen een extra sterk signaal geven. Onafhankelijk van de verkiezingsuitslag wordt in november de langlopende raamovereenkomst verpakkingen besproken, dus het is zinvol om nu vast aan te tonen dat er onder burgers veel draagvlak is. 

Stoppen of doorgaan?

Er zijn dus nogal wat verschillende belangen in de discussie over statiegeld. Ondernemers, gemeenten en het milieu zijn gebaat bij het behoud (of zelfs een uitbreiding van) het systeem. Dit betekent wel dat we onze flessen, en in de toekomst misschien wel veel meer afval gescheiden in moeten gaan leveren. Grote frisdrankproducenten zien het liever verdwijen omdat ze met meer verpakkingsvrijheid meer winst voorzien. De komende tijd zal blijken voor welke argumenten de politiek op dit moment het meest gevoelig is. 

 

Met zijn ludieke, mediagenieke acties vraagt de Plastic Soup Surfer aandacht voor het plasticprobleem. Hij gaat hier voorlopig nog vol energie mee door en is al druk bezig met het plannen van zijn volgende actie: suppen van de bron tot de monding van de Rijn op een board gemaakt van plastic flesjes.  

Schreeuw het van de daken!


Reacties 1

Jan Wind 25 februari 2017

Is er onderzoek naar de lange termijn? Wat kost recycling en wat kost inzameling op de lange duur. Uiteindelijk moet deze rommel uit de zee verdwijnen.