De kracht van dracht: een symbiose tussen bestuivers en planten

Bestuivers en planten hebben elkaar nodig. Om te zorgen dat bijen, vlinders en andere bestuivende insecten hun werk kunnen doen is het belangrijk dat er genoeg nectar en stuifmeel voor ze is. Oftwel: er moeten planten zijn met goede dracht.


  • Door

    Team Nudge

    7 maart 2017

Bestuivende insecten verkeren in zwaar weer, terwijl we ze hard nodig hebben voor gezonde ecosystemen. Als je ze een handje wil helpen is er van alles mogelijk. Je kunt ze bijvoorbeeld onderdak bieden door kant en klare nestelplaatsen te kopen, of je kunt je eigen bijenhotel maken. Naast huisjes zijn er natuurlijk ook boompjes nodig voor de beestjes, ze hebben namelijk genoeg voedsel nodig om te overleven. Dat klinkt simpel, maar niet alle planten en bloemen hebben even goede dracht.

Drachtige planten

Wat is nou eigenlijk goede dracht? ‘Drachtplant’ is een woord dat imkers en biologen gebruiken om aan te duiden dat een plant voedingsrijk is voor insecten. Honingbijen gebruiken de suiker die ze uit nectar halen om in groepsverband een flinke voorraad aan te leggen. Wilde bijen en vlinders die in minder grote groepen leven, hebben deze brandstof echter ook nodig om te overleven. Het verschilt per beestje welke planten geschikt zijn om nectar uit te halen. Grotere insecten hebben vaak een lange tong, en kunnen zo relatief makkelijk bij nektar die diep verborgen zit. Kleinere beestjes moeten zich doorgaans beperken tot meer oppervlakkige bloemen. Wel zijn er echte slimmerds te vinden: sommige hommels breken bloemen open om alle zoetigheid tot zich te nemen. 

Naast nectar verzamelen veel bijen en vlinders ook stuifmeel. Bijen doen dit voor hun eigen voedselvoorziening, maar ook voor hun larven. Het is een goede bron van eiwitten, vetten, mineralen en vitaminen. Ze brengen het stuifmeel terug naar hun nest, en leggen daar vervolgens hun eitjes op. Ook hier hangt het af van de soort bijen welke planten hun voorkeur geniet. De meeste soorten verzamelen het stuifmeel met scopa: vertakte haren die zich op de achterpoten of op de buik bevinden. Het harige buikje van de buikverzamelaars wordt een buikschuier genoemd. Ook bestaan er maskerbijen, deze hebben geen scopa en verzamelen stuifmeel met de mond.

De tuinbladsnijder (links) heeft een mooie rood-achtige buikschuier. Rechts: scopa vol met stuifmeel

Niet iedereen is kieskeurig

Er bestaan echter ook bijen die bijna overal voorkomen waar drachtplanten te vinden zijn, zoals de rosse metselbij. Dit beestje is zowel qua voedsel als qua nestelplaats weinig kieskeurig. Ook de gewone geurgroefbij neemt genoegen met vrijwel alle bloeiende bloemen, en overleeft in veel verschillende soorten holletjes. 

De rosse metselbij (links) en gewone geurgroefbij (rechts) zijn er bijna altijd

De cirkel van voedselvoorziening

Stuifmeel is natuurlijk oorspronkelijk geen voedsel voor dieren, maar een middel voor flora om zich te voortplanten. Insecten helpen bij het verspreiden van al dat stuifmeel. Terwijl ze hun voedsel verzamelen en van bloem naar bloem hoppen, zorgen ze ervoor dat mannelijke en vrouwlijke componenten van planten elkaar bereiken. Niet alleen stuifmeel-eters doen dit. Vlinders leven bijvoorbeeld op nectar, maar nemen onbedoeld ook stuifmeel mee. Omdat ze een veel langere tong hebben, kunnen ze nectar op andere plekken bereiken dan veel bijen. Daarmee helpen ze bij de bevruchting van weer andere planten. Zo hebben de beestjes en drachtplanten een ware symbiotische relatie, en zorgt het systeem in een cirkel voor haar eigen voedselvoorziening. 

Lappendeken van foerageergebieden

De kieskeurige eters maken zulke systemen wel erg kwetsbaar. Het verdwijnen van een plant kan betekenen dat een bepaalde soort bijen in dat gebied ook direct niet meer te vinden is. Verschillende soorten bijen zoeken hun voedsel -oftewel foerageren- in gebieden van verschillende grootte. Hierbij bestaat een verband tussen de lengte van de bij en hoe groot het foerageergebied is. Voor veel wilde bijen is hun actieradius maar enkele tientallen meters. Het is daarom goed als verschillende stukjes grond met drachtplanten dicht bij elkaar liggen. De ‘lappendeken van leefgebieden’ zorgt er namelijk voor dat populaties genen uit kunnen wisselen, en deze dus niet verloren gaan als er een gebied verdwijnt. Zo’n lappendeken kan bijvoorbeeld bestaan uit verschillende tuinen. Leuk om in je achterhoofd te houden als je zelf met de handen in de aarde gaat!

Het hele jaar door 

Dracht zit in allerlei verschillende soorten planten. Van eenjarige bloemen tot aan planten die jaren meegaan, en van kleine struikjes tot aan grote bomen. Voor de populatie van bestuivers is het erg relevant welke soort planten er in een gebied staan. De beestjes krijgen bij meerjarige struiken namelijk de kans om een relatie op te bouwen met hun verschillende bronnen van voedsel. Bovendien bloeien vaste planten vaak relatief lang. Voor een biodivers landschap met veel verschillende soorten bestuivers is het belangrijk dat er het hele jaar door goede dracht is. 

Wat kun jij doen om te zorgen voor goede dracht?

Omdat het op het platteland vaak aan goede dracht ontbreekt, is speciaal voor boeren een drachtkalender ontwikkeld die ze helpt met hun land bestuivers-vriendelijker in te richten. Ook als je beperkte buitenruimte hebt, kun je voor goede dracht zorgen door je tuin klaar te maken voor de zomer. Wil je zelfs specifieke soorten bijen aantrekken? In dit artikel van bijen-expert Arie koster vind je een lijst met planten en voorbeelden van bijenbezoek. 

 

Schreeuw het van de daken!


Gerelateerd project

Nederland

The Pollinators